Europees erfgoedjaar

       #EuropeForCulture

Dit jaar kwam het woord ‘erfgoed’ ons vaak ter ore … 2018 is dan ook het Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed, en daarom worden er in verschillende landen talrijke activiteiten georganiseerd. Europeanen kunnen zich laten inspireren door evenementen waarbij het heden en het verleden elkaar kruisen. Zo is er ook United Music of Brussels, een mooie gelegenheid om de stad te (her)ontdekken en de gebouwen, het verleden en de verborgen schatten te verkennen. Duik in de sprankelende levenskracht van een van de meest kosmopolitische steden ter wereld, waar dagelijks nieuwe originele projecten uit de grond schieten en talloze artistieke en creatieve ontmoetingen voor het rapen liggen!

Op 8 september kan je dat zelf komen ervaren. De Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen zijn het zenuwcentrum van dit evenement. In dit prachtige historische kader met een boeiende geschiedenis zullen er talrijke concerten en performances plaatsvinden. In de nabije omgeving wachten enkele kleine architecturale pareltjes op jouw bezoek. Alvorens je uit te nodigen op deze unieke muzikale ontdekkingstocht, willen we nog wat meer vertellen over deze bijzondere plaatsen.

De Belgische staat was nog piepjong toen de jonge architect Jean-Pierre Cluysenaer in 1837 zijn monumentale dubbele galerij ontwierp en zich daarbij baseerde op kleinere Parijse modellen. Het neoklassieke project combineert elementen van de Italiaanse renaissance met nieuwe technieken om metaal en glas te bewerken. Het geheel werd in die tijd als revolutionair beschouwd. In die periode kende België ook een sterke industriële groei: de sociale kloof tussen de opkomende bourgeoisie, die zich in het zuiden en het oosten van de stad vestigde, en de arbeiders, die in het noorden en het centrum van de stad woonden, nam toe.

Met de bouw van een winkelstraat in het hart van het middeleeuwse stadsdeel dat met een slechte reputatie kampte, wilde de stad het centrum weer wat opboenen en moderniseren. Door deze voorheen slecht toegankelijke strategische zone nieuw leven in te blazen, werden de boven- en benedenstad met elkaar verbonden. Het project, dat enkele pijnlijke onteigeningen en de sloop van een vijftigtal huizen vereiste, werd ondersteund door de overheid en gefinancierd door private investeerders dankzij de oprichting van een naamloze vennootschap in 1845. Vanaf dat moment schoten de constructies als paddenstoelen uit de grond en in 1847 mocht koning Leopold I na slechts 18 maanden werk de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen inhuldigen: twee schepen met een totale lengte van 213 meter, een buitengewoon glazen dak dat op 18 meter hoogte de galerij overkoepelt, meer dan zeventig winkels en een honderdtal appartementen.

De galerijen trokken onmiddellijk veel bezoekers aan en het succes werd alleen maar groter toen er steeds meer luxewinkels, cafés, restaurants, theaterzalen en clubs de deuren openden. Wandelaars en toeristen kwamen enkele uren schuilen voor het Belgische klimaat onder de “Paraplu van Brussel”. De toegang was aanvankelijk nog betalend. Vanaf 1847 kon je er in het Théâtre des Galeries Saint-Hubert terecht voor komedies, drama’s en vaudevilles. Het Café de la Renaissance (vandaag Taverne du Passage) was de thuisbasis van de Cercle artistique et littéraire en werd geregeld bezocht door onder meer Victor Hugo, Alexandre Dumas, Baudelaire en Verlaine. Iets verderop vond in 1896 in een zaal van de Chroniqueur, een krant die gevestigd was in de Koningsgalerij, de eerste openbare voorstelling van de Belgische cinematograaf Lumière plaats, enkele weken na de voorstelling in Parijs.

Het huidige Vaudeville Theater, dat ooit een oude overdekte bloemenmarkt was, werd ingehuldigd in 1884 als café chantant onder de naam Casino Saint-Hubert en werd nadien omgedoopt tot Bouffes Bruxellois. Artiesten zoals Juliette Gréco, Bourvil, Raymond Devos en Fernand Raynaud hebben er op de planken gestaan! Als we het over de winkels hebben, kunnen we niet om Jean Neuhaus heen. Hij vond begin 20e eeuw de beroemde chocoladepraline uit op nummer 23 in de Koninginnegalerij. Op nummer 31 konden de shoppingfanaten zich voortaan vergapen aan de lederwaren van Delvaux.

Op enkele passen van de beroemde galerijen vind je langs het parcours de Bortiergalerij, een meer intimistische creatie van dezelfde Jean-Pierre Cluysenaer. Ook deze galerij is erg aantrekkelijk door de combinatie van een neorenaissancestijl en een ingenieus gebruik van glas en staal. Vroeger vormde ze samen met de huidige zaal La Madeleine één groot geheel: de markt van La Madeleine, een van de eerste overdekte markten in Brussel, ingehuldigd in 1848. Op een steenworp daarvan kan je de Magdalenakapel bezoeken, een kleine gotische kerk waar al sinds de 15e eeuw gelovigen samenkomen. In die periode waren ook de altaren van de gildes (bakkers, kleermakers, wapensmids) er te vinden. De kapel kende bovendien verschillende bestemmingen (gereformeerde kerk, school van de stad Brussel) en werd verschillende keren heropgebouwd. In de jaren 50, aan het einde van de grote werken aan de spoorwegverbinding noord-zuid, werd de kapel grondig gerenoveerd en werd de mooie barokgevel van de Sint-Annakapel, die in 1695 werd gered van een bombardement, tegen de Magdalenakapel geplaatst.

Nog een laatste overdekte passage op je wandeling? Bezoek dan de Ravensteingalerij die jou van het centraal station naar het paleis voor schone kunsten zal leiden. De Ravensteingalerij werd in 1958 ingehuldigd en onlangs als beschermd monument geklasseerd. Ze is het werk van Philippe en Alexis Dumont, die beiden een internationale stijl hebben. De galerij is een originele aanvulling op de traditionele overdekte doorgangen, waarbij het licht dat binnenvalt door een hemel van glazen tegels de aandacht trekt. Stap in het voorbijgaan eens binnen in de repetitieruimte van het Belgian National Orchestra. Op 8 september kan je er gaan luisteren naar percussieconcerten!

Tot slot ken je zeker ook de prachtige Muntschouwburg, die in 1856 na een brand werd heropgebouwd door Joseph Poelaert, en het ongelofelijke art-decowerk van Victor Horta, zijn “huis voor de kunsten”, voltooid in 1929. Tussen deze twee muziektempels neemt United Music of Brussels je echter ook nog mee naar andere verrassende plaatsen om er architecturale pareltjes en eigenzinnige concerten te ontdekken. Een kerk die discreet de tijd trotseert, een bioscoop, een privéappartement, een mysterieus ondergronds gewelf: zoveel mogelijkheden om kennis te maken met een levendig cultureel patrimonium, een bron van fascinatie en verwondering!